'Welkom in Turkije'. Een reis langs de Egeïsche kust, van Kusadasi naar Bodrum

Corrie de Winter wint begin 2013 de eerste prijs in de fotowedstrijd 'Culturele bezienswaardigheden' en daarmee een reis naar Turkije, beschikbaar gesteld door het Turks Verkeersbureau. Begin september vliegen Corrie en haar man Pieter voor een week naar Turkije. De slogan van het Turks Verkeersbureau is 'Welkom in Turkije' oftewel ‘Hoş geldiniz!’. Dit hartelijk welkom zullen ze tijdens hun reis langs de Egeïsche kust, van Kuşadasi tot Bodrum, nog vele malen horen.

Door: Corrie de Winter

We vliegen op 3 september 2013 met Turkish Airlines via Istanbul naar Izmir, een reis van in totaal zes uur. Ik vermaak me prima in het vliegtuig, er is genoeg te lezen en de maaltijd is heel goed. Ik drink limonade met munt en proef de Turkse pruimencake. De kok komt zelfs persoonlijk langs om te vragen of alles naar wens is. In Istanbul hebben we voldoende tijd om over te stappen, het visum hebben we al via internet besteld: www.evisa.gov.tr. Dit is zeker in het hoogseizoen een aanrader. Als we buiten komen in Izmir, is het nog aangenaam warm. Na wat zoeken vinden we de chauffeur die ons naar hotel Vista Hill in Kuşadasi zal brengen, een rit van 60 km. Onderweg zien we niet veel, want het is al donker.

Hotel Vista Hill ligt op een kwartiertje rijden van Kuşadasi op een heuvel met uitzicht op zee. Het is een groot complex, waar je logeert volgens de all inclusive formule. Als je je polsbandje om hebt, zijn alle faciliteiten gratis: van handdoeken voor het strand tot een late night snack in een van de bars. Ik hoor veel Slavische talen om me heen. Duygu Atalay, de gastvrouw van het hotel, vertelt me dat de meeste gasten in de zomer uit Iran, Oekraïne, Bulgarije en Rusland komen. In de winter zijn het vooral Duitsers. Hoewel ik er zelf niet direct voor zou kiezen, is zo’n all inclusive hotel heel geschikt voor een relaxvakantie.

In Hotel Vista Hill is de hele dag entertainment voor jong en oud met avondshows in het openluchttheater. Wij maken nog net de kindershow mee.

Gezinnen met (kleine) kinderen, maar ook stellen kunnen de hele dag op het complex doorbrengen, het hotel heeft een eigen strand en natuurlijk zijn er meerdere zwembaden. Er is de hele dag entertainment voor jong en oud en ’s avonds zijn er shows in het openluchttheater. Wij maken nog net de kindershow mee. Het moet een onvergetelijke ervaring voor hen zijn; ik geniet van de blije gezichtjes en het enthousiasme van het animatieteam, dat tot in de late uurtjes doorgaat met shows voor volwassen. Wij trekken ons terug op de gelukkig rustige kamer met airco op de tweede verdieping.

De tweede dag begint met een heerlijk ontbijt. Het valt me op dat er zoveel groente van het buffet wordt meegenomen. Grote stronken selderij, tomaat, komkommer, olijven gecombineerd met Turkse yoghurt en brood. Ochtendsoep is ook heel normaal. Ik kies voor zelfgebakken broodjes van Nurullah. Deze vrolijke jongen van 18 jaar draait razendsnel zijn vlechtbroodjes met sesamzaadjes (simit) in elkaar. Ik heb zijn Facebookadres; hij wordt vriend 141. Vandaag gaan we Kusadasi verkennen, maar eerst wil ik wat berichten versturen. Helaas werkt mijn netbook veel te traag, maar dat is geen probleem voor Duygu: er wordt meteen een plek in het businesspoint geregeld. Ik zit hier als VIP journalist te werken, alleen het Turkse toetsenbord is wennen!

De karavanserai van Kusadasi, nu een hotel, is begin 17e eeuw gebouwd door de Ottomaanse gouverneur Okuz Mehmed Pasha.

We gaan met Dolmuş 2 naar Kusadasi. Deze minibus (met blauwe strip) gaat om de drie minuten en stopt als je je hand op steekt, ook als er geen bushalte is. Voor de prijs hoef je het niet te laten: je betaalt L 2,75 (€ 1) per rit van 8 km. Vanuit de bus heb ik een schitterend uitzicht op de baai. Er liggen alweer twee van de 600 cruiseschepen die Kusadasi elk jaar aandoen voor een bezoek aan Efeze, de vroegere Romeinse hoofdstad van Klein Azië. Ik ben benieuwd naar de culturele bezienswaardigheden van de stad: de Karavanserai en het Kasteel.

Op weg naar de Karavanserai, dichtbij de haven, komen we langs een winkel met Turkse heerlijkheden. Hier blijkt ook weer de Turkse gastvrijheid: we krijgen appelthee aangeboden en ik mag proeven van Turks fruit in allerlei smaken. De karavanserai van Kusadasi, nu een hotel, is aan het begin van de 17e eeuw gebouwd door de Ottomaanse gouverneur Okuz Mehmed Pasha. De versterkte burcht langs de Zijderoute moest een veilige overnachtingsplek bieden voor de reizende handelaren, hun dieren en hun handelswaar. We kijken op de grote binnenplaats, waar de dieren rustten. Rondom de binnenplaats is een overdekte galerij met verschillende kamers waar bagage werd opgeslagen. 

Ik maak een praatje met de tapijtwever die hier zijn weverij en winkel heeft. Hij verkoopt klassieke en moderne tapijten uit versleten kleden.

De mensen sliepen boven, net als nu. Ik kan me goed voorstellen dat je je achter de dikke muren veilig voelt. In het café op de benedenverdieping zitten we heerlijk in de schaduw. Ik maak een praatje met een tapijtwever die hier zijn weverij en winkel heeft. Hij verkoopt klassieke en moderne tapijten, die hij samenstelt uit versleten kleden. Deze patchworktapijten in prachtige kleuren komen heel modern over. Ik vind het een mooie manier van hergebruik. De prijs is overigens niet tweedehands.

Kusadasi betekent vogeleiland. De stad dankt zijn naam aan de vele vogels die tijdens de vogeltrek naar het vestingeiland voor de kust komen om daar te rusten en te foerageren. Langs de boulevard lopen we over een dam naar het Byzantijnse kasteel op dit vogeleiland, dat tegenwoordig Duiveneiland heet. De vesting ligt strategisch bij de ingang van de haven, dus aanvallen van piraten waren gemakkelijk af te slaan. Het kasteel tussen de bomen, niet toevallig Piratenkasteel genoemd, wordt momenteel gerenoveerd. Er komen nieuwe vogelbehuizingen en de binnenplaats wordt opgeknapt. Als het klaar is, in oktober 2013, kun je weer genieten van het uitzicht op de zee en hopelijk in het seizoen meer vogels spotten dan nu. Wij kunnen nu alleen maar om het kasteel heen lopen.

Gelukkig is er genoeg te zien: jongens duiken naar zee-egels, oudere mannen spelen tric-trac en vissers maken hun schip klaar om te vertrekken.

Een van de vissers laat trots zijn tatoeages zien: op de ene arm een portret van zijn vrouw, op de andere de namen van zijn kinderen. Zijn schip ziet er goed uit, maar ik denk niet dat hij een dik belegde boterham heeft. Net als in de Noordzee is er ook in de Turkse wateren sprake van overbevissing. Ook na maatregelen van de overheid, zoals geen nieuwe vergunningen voor schepen langer dan 12 m., is de visstand nog niet op peil. We nemen hartelijk afscheid van de vissers en lopen weer terug door de winkelstraat richting het busstation.

De oude moskee, net als het piratenkasteel gebouwd door Okuz Mehmet Pascha, is niet te missen, want hij ligt naast de winkelstraat. Als je even de drukte wilt ontvluchten kom je helemaal tot rust op het plein voor het gebedshuis. De moskee is te bezichtigen, mits je gepast gekleed bent en niet tijdens gebedsdiensten komt. Dolmus 6 brengt ons weer keurig terug bij Vista Hill waar we op een terras onder de pijnbomen nagenieten.







Vandaag gaan we terug naar de eerste eeuw van onze jaartelling; we bezoeken het huis van Maria en de oude stad Efeze.

Volgens de overlevering heeft Maria samen met de apostel Johannes haar laatste jaren in Efeze doorgebracht. Haar huis ligt op de berg Koressos, op 7 km. van Selcuk. Het heiligdom, voor zowel christenen als moslims, is in de vorige eeuw volgens de beschrijving van de Duitse non Anna Katharina Emmerick gebouwd. Ze was nooit buiten Duitsland geweest, maar wist toch het huis nauwkeurig te beschrijven.



Met honderden anderen, meestal cruisepassagiers, schuifelen we langzaam richting het heiligdom. Ondanks de drukte is het rustig. De mensen praten zachtjes met elkaar en dichtbij het huis is iedereen stil. De non bij de ingang houdt het aantal pelgrims dat binnen mag goed in de gaten en kijkt streng naar mijn camera, want binnen mag je niet fotograferen. In een nis, omringd door kaarsen en bloemen, staat een beeld van Maria met zegenende handen. Net als bij iedere kerk waar ik kom brand ik een kaars ter nagedachtenis aan degenen die me dierbaar zijn.

Beneden bij een bron tapt men gezegend water om mee naar huis te nemen. De muur ernaast hangt vol foto’s en gebeden voor de Heilige Maagd.

Mensen tappen beneden bij een bron gezegend water om mee naar huis te nemen. De muur ernaast hangt vol met foto’s en gebeden voor de Heilige Maagd. Er hangt zelfs een hangslot tussen, als teken van verbondenheid tussen geliefden. Ontroerend. Van de verhalen die ik hoorde op de basisschool over de reizen van de apostel Paulus is de opstand van de zilversmeden in Efeze onder leiding van Demetrius me het meeste bijgebleven. Paulus preekte al twee jaar lang iedere dag in de stad waar het beeld van de godin Artemis vereerd werd en velen hadden ‘De weg van Jezus”, zoals hij het noemde, gevonden. Demetrius maakte Artemistempeltjes en was bang dat zijn handel zou inzakken, omdat Paulus vond dat goden die door mensenhanden gemaakt worden, geen echte goden zijn. De smid mobiliseerde een menigte die hij wijsmaakte dat Paulus en zijn reisgenoten Artemis beledigd hadden. De menigte trok naar het theater en sleurde de twee reisgenoten van Paulus mee. Paulus kreeg het dringende advies thuis te blijven. Gelukkig bracht de stadssecretaris het volk tot bedaren. Hij zei dat er geen sprake was van belediging van de godin of van tempelschennis en dat Demetrius maar een officiële aanklacht moest indienen als hij een geschil met Paulus had. Einde bijeenkomst.

Door aardbevingen en vijandelijke aanvallen raakte Efeze in verval. De bewoners trokken naar Selçuk, waar ze de grote Artemistempel bouwden.

En nu lopen wij, zo’n 1950 jaar later over de Marmerstraat naar het grote theater. Onze gids Ayla heeft al veel verteld over de belangrijke havenstad, die in de eerste eeuw na Chr 200.000 inwoners telde. Door zandverschuivingen, aardbevingen en vijandelijke aanvallen raakte Efeze in verval; de bewoners trokken naar Selçuk, waar ze de grote Artemistempel bouwden. Het is druk in de stad, maar dat vind ik niet erg. De mensen verlevendigen het straatbeeld. Ze blijven wat langer staan bij het beeld van Nike, de Hadrianustempel, de vele fonteinen die door rijke inwoners van toen zijn betaald en ze gaan naar de imposante Celsusbibliotheek.

De bibliotheek werd door de zoon van gouverneur Celsus als eerbetoon aan zijn vader gebouwd en de voorgevel is prachtig gerestaureerd.

In de bibliotheek werden op het hoogtepunt 12000 boekrollen bewaard. De vier beelden stellen de deugden van Celsus voor: fortuin, wijsheid, kennis en deugdzaamheid. Wat betreft deugdzaamheid kwamen de mannen wel eens in verleiding: in de Marmerstraat ligt een plavuis die de weg wijst naar de dienaressen van Artemis. Je ziet een voet, een hart en een meisje, dus als je je voet in deze richting zet, zul je een meisje naar je hart vinden. Tja. Op een heuvel in de schaduw laat ik alle informatie nog eens op me inwerken en dan is het tijd om verder te gaan. Ik groet de archeologen, die nog steeds aan het werk zijn; we verlaten het terrein en gaan naar de plek waar de tempel van Artemis, de godin van de vruchtbaarheid stond.

Van de tempel, ooit een van de Zeven Wereldwonderen, is niet veel over. Er staat maar één zuil, de rest is in het moeras verzonken.

Meestal nestelt een ooievaar op die zuil, maar zelfs die is niet thuis. Het terrein is toch interessant vanwege de Isabeymoskee uit 1375, de Johannesbasiliek waar Johannes begraven zou zijn en het Selcukkasteel van de kruisvaarders. Ik voel de geschiedenis.

De dorpsmeisjes maken schitterende tapijten van wol en zijde. In de pauze komen de smartphones tevoorschijn....weer vier Facebookvriendinnen erbij.

We lunchen bij restaurant Sultanköy in Çamlik, een lief tapijtweversdorp. Stel je eens voor: een grasveld onder de pijnbomen met een met wit linnen gedekte tafel voor drie personen, de beste Turkse gerechten, uiteraard vegetarisch voor ons, de eekhoorntjes springen om je heen, een heerlijk windje. Fantastisch! De meisjes van het dorp maken schitterende tapijten van wol en zijde. Het is zwaar werk, dus de meiden hebben regelmatig een pauze en dan komen natuurlijk de smartphones tevoorschijn. Weer vier Facebookvriendinnen erbij.

Er is nog tijd om een keramiekwerkplaats te bezoeken. Omdat we wat later in het seizoen komen, heeft de familie Üzeri alle tijd voor ons. We volgen het hele proces, van draaien tot schilderen en bakken. De schalen met tulpmotieven spreken met het meest aan, ook al vanwege de connectie met Nederland. Op het inmiddels vertrouwde terras van Vista Hill kijken we terug op een topdag.

We logeren in een knus appartement in een straatje met witgeschilderde huisjes. Er is veel aandacht voor groen: de Bougainvillea’s bloeien uitbundig.

We vertrekken na het ontbijt richting Bodrum. Onze chauffeur, Recep, brengt ons bij hotel Onura Cottages, waar we warm verwelkomd worden door Ahu, de receptioniste. Ik krijg een nieuw polsbandje, want ook Onura is een all inclusive resort, dat gelukkig zijn Turkse uitstraling heeft behouden. Je kunt er bijvoorbeeld uitgebreid waterpijp roken. De komende dagen logeren we in een knus appartement in een straatje met witgeschilderde huisjes. Er is veel aandacht aan het groen besteed: de Bougainvillea’s bloeien uitbundig. Vandaag blijven we op het resort; ik installeer me met een boek op een ligstoel op het strand en duik af en toe het kristalheldere water in. Dit is vakantie! Ons hoofddoel de volgende dag wordt de Petrusburcht, waarin nu het wereldberoemde Museum van Onderwaterarcheologie is gevestigd.

Bodrum, stad met witte huizen tussen het groen, aan een sprookjesachtige baai met enorme jachthaven, glinsterend in het ochtendlicht.

We hoeven maar even te wachten op de Dolmus, dit keer met gele strip, die ons naar Bodrum zal brengen. De stad met de witte huizen tussen het groen, aan een sprookjesachtige baai met een enorme jachthaven, glinstert in het ochtendlicht.



Even wat geschiedenis: Toen de stad werd gesticht, kreeg het de naam Halicarnassus. Het werd de hoofdstad van het Carische rijk van Mausolus (377-353 v.Chr.) Zijn graftempel was in de oudheid een van de Zeven Wereldwonderen, maar net als bij de tempel van Artemis, is er niet veel meer van over. In de middeleeuwen bouwden de kruisridders namelijk met de stenen van het Mausoleum een steunpunt, de Petrusburcht. De naam Petrus werd in het Turks Bodrum. Het kasteel aan de haven is gemakkelijk te bereiken, vanaf het busstation is het zo’n tien minuten lopen. Wij doen er wat langer over, want in de overdekte winkelstraatjes, nodigt de ene na de andere winkelier ons uit voor een bezoek. Er is ook een modern winkelcentrum vlakbij de haven, waar bijna alle dure merken verkrijgbaar zijn. Hier is het echt ‘kijken en niet kopen’. Voor koopjes moet je naar de markt: hier wordt vooral (nep)merkkleding verkocht. Koop niet teveel, de Nederlandse douane gedoogt maar een beperkte hoeveelheid namaakartikelen voor eigen gebruik. Ik koop alleen wat kaarten met een afbeelding van Atatürk, de vader van het moderne Turkije, erop. Bij de jachthaven drinken we Turkse koffie zonder suiker en dan zijn we klaar voor een ontdekkingstocht door het kasteel, die uiteindelijk vier uur duurt.

De vesting werd door de Johannieters van Rhodos in 1406 gebouwd nadat zij terug kwamen van hun reis naar het ‘Heilige Land’.

De vijf torens vertegenwoordigen de verschillende nationaliteiten van de kruisridders. In 1523 kwam het kasteel onder Osmaanse heerschappij en vertrokken de kruisridders naar Malta. De burcht heeft gefungeerd als gevangenis en als opslagplaats voor voorwerpen uit zee, wat leidde tot de inrichting van een uniek museum voor onderwaterarcheologie.

Veel van de schatten, zoals de Egyptische beeldjes, zijn onder water gevonden door sponzenduikers, die zonder hulpmiddelen doken tot wel 50 m diepte. We komen binnen langs de hellingbaan waar de ridders te paard omhoog gingen. Verrassend is de tentoonstelling met moderne kunst, die toch heel goed past bij de omgeving.

Op de grote binnenplaats val ik van de ene verbazing in de andere. Ik heb nog nooit zoveel verschillende amfora’s, potten en kruiken om wijn en droog voedsel te vervoeren, gezien. Ze zijn knap ontworpen, want door de taps toelopende bodem konden ze in lagen worden gestapeld.Een ander hoogtepunt is de glaszaal, vroeger de ridderzaal. De glazen kruiken, kralen en zelfs glazen gietvormen zien er puntgaaf uit. We rusten even uit in de Engelse toren, waar een banketzaal is ingericht met wapenuitrustingen en wapens. Nu ik het toch over wapens heb: het kasteel telt 249 ridderwapens! Ik kan me voorstellen dat Turkse politici hier graag hun verjaardag vieren.

En dan is er nog de zaal met de vracht van de Uluburun uit 1300 v. Chr. De lading bevatte o.a. amber uit het Oostzeegebied en ivoor uit Afrika. Ik ontdek zelfs een gouden scarabee van koningin Nefertite uit Egypte. In een volgende zaal staat een replica op ware grootte van een schip dat in de 14e eeuw voor Chr. buiten de kust van Kaş zonk. Wat een moed hadden deze mensen om met zo’n klein schip de zee op te gaan. Vanaf de Italiaanse toren heb je een onbelemmerd uitzicht op Bodrum en de zee. Hier zijn we aan het einde van de tour. We dalen af en gooien, net als vele anderen, een muntje in de waterbak bij de ingang. Meestal betekent dit dat je nog eens terug zult keren. Dat gaan we zeker doen, want het museum heeft regelmatig nieuwe tentoonstellingen. 

Op de laatste dag van onze reis gaan met de ferry naar het plaatsje Datça, halverwege het smalle schiereiland ten zuiden van Bodrum.

Op de laatste dag van onze reis staan we vroeg op, want we gaan met de ferry naar het plaatsje Datça, dat halverwege het smalle schiereiland ten zuiden van Bodrum ligt, een overtocht van zo’n twee uur. Het is druk, want een uitstapje naar Datça is heel geliefd bij de locale bevolking van Bodrum en omgeving. Het eiland staat namelijk bekend om het hoge zuurstofgehalte in de lucht en de lage luchtvochtigheid. Het waait er altijd, dus ook in de hete zomermaanden is het er heerlijk. Datça is nog nauwelijks bekend bij de (Nederlandse) toeristen, wij zijn dan ook de enige buitenlanders op de boot.

Als je Datça uitgebreid wilt verkennen moet je een auto meenemen, want op een groot gedeelte van het eiland is geen openbaar vervoer. De ferry voelt heel vertrouwd, het is alsof je naar de Waddeneilanden vaart. Onderweg zie ik het Griekse eiland Kos, dat op nog geen half uur varen van Bodrum ligt. Aan de overkant staan bussen klaar om de veerbootpassagiers naar Datça te vervoeren. Het is een rustig plaatsje met een grote jachthaven, een gezellige boulevard en verschillende stranden. Het stadsstrand ligt aan een ondiepe baai en is dus ideaal voor gezinnen met kinderen, maar ook voor mensen die niet kunnen zwemmen. Ik maak een gedeelte van een zwemles voor vrouwen mee. Gekleed zwemmen is hier heel gewoon. De inmiddels vertrouwde Dolmus brengt ons naar Eski (Oud) Datça, 3 kilometer landinwaarts en hier gaan we terug in de tijd. We belanden in het enige restaurant, dat ooit onderkomen van een Ottomaanse landheer was. Druivenranken groeien boven de ingang, op de overdekte binnenplaats drinken oudere mannen koffie of iets sterkers en op een verhoging bij de keuken maakt een dame Gözleme, dunne dichtgeslagen pannenkoeken met kaasvulling, die heerlijk smaken.



Op het gigantische landgoed groeien vijgen, granaatappels, bananen, olijven en de speciale amandelen waarom Datça bekend staat.

We maken kennis met Vulcan, een van de weinigen die Engels spreekt. Hij brengt onze complimenten over aan de kok en nodigt ons uit om na het eten kennis te gaan maken met zijn Schotse vrouw, die hij ooit op het strand in Antalya heeft ontmoet. Nu begrijp ik waarom hij zo goed Engels spreekt!

Vulcan en Heather blijken op een gigantisch landgoed te wonen. Er groeien vijgen, granaatappels, bananen, olijven en de speciale amandelen waarom Datça bekend staat. Vanaf het dakterras hebben we uitzicht op de hoogste berg van het eiland: Bozdag. Je kunt er uren wandelen zonder een mens tegen te komen. Vooral in het voorjaar, als de amandelbomen bloeien is het landschap prachtig. Omdat Vulcan niet zo’n wandelaar is, leidt Heather ons rond in de smalle steegjes met kinderkopjes van Eski Datca. De moskee, de oude olijfpers, Heather weet bij ieder gebouw wel iets bijzonders te vertellen, zoals het verhaal van de dame die stiekem verboden raki (een alcoholische anijsdrank) uitdeelde aan de mannen uit het dorp. Zij had geen tegel met voetafdruk nodig om de mannen te lokken! Veel te snel moeten we afscheid nemen van dit vriendelijke dorpje en zijn bewoners, want de bus naar de veerboot gaat stipt op tijd.

Vlakbij de haven van Bodrum gaat de zon helemaal onder, het licht verandert voortdurend en het zicht op de stad is sprookjesachtig.

Zoals iedere dag tegen de avond is de wind opgestoken, de zee is behoorlijk ruig. Gelukkig heb ik er geen last van en ik geniet op het bovendek van de zonsondergang. We zijn aan het einde gekomen van een schitterende rondreis. De combinatie van zon, zee en cultuur is uitstekend bevallen en smaakt naar meer. We hebben (historische) plekjes ontdekt die nader verkend moeten worden. Zeker het eiland Datca heeft ons hart gestolen, dus geen vaarwel , maar.....Görüşmek üzere! (tot ziens!)

Met bijzondere dank aan het Turks Verkeersbureau voor de geweldige trip.

Meer over Turkije > 

Video door Pieter de Winter

Profiel Corrie de Winter

'Welkom in Turkije'. Een reis langs de Egeïsche kust, van Kusadasi naar Bodrum

Door: Corrie de Winter

We vliegen op 3 september 2013 met Turkish Airlines via Istanbul naar Izmir, een reis van in totaal zes uur. Ik vermaak me prima in het vliegtuig, er is genoeg te lezen en de maaltijd is heel goed. Ik drink limonade met munt en proef de Turkse pruimencake. De kok komt zelfs persoonlijk langs om te vragen of alles naar wens is. In Istanbul hebben we voldoende tijd om over te stappen, het visum hebben we al via internet besteld: www.evisa.gov.tr . Dit is zeker in het hoogseizoen een aanrader. Als we buiten komen in Izmir, is het nog aangenaam warm. Na wat zoeken vinden we de chauffeur die ons naar hotel Vista Hill in Kuşadasi zal brengen, een rit van 60 km. Onderweg zien we niet veel, ...

Lees verder
Stranden Egeïsche kust

Door: Ecktiv Redactie

Turkooizen zee... blauwe lucht... felle zon...

Lees verder
Beschrijving Egeïsche kust

Door: Ecktiv Redactie

Geniet van de zomer in Izmir, Bodrum en Kusadasi

Lees verder
Cultuur Egeïsche kust

Door: Ecktiv Redactie

Baden in luxe en op reis in het verleden

Lees verder

- Advertentie -