Iedereen die met een camera reist komt op hetzelfde probleem uit. De fotorugzak is te klein voor je kleren en te groot voor je handbagage, en zodra je hem volgooit weegt hij twaalf kilo en mag hij de cabine niet in. Ik heb daar een paar jaar mee zitten klooien en ben uitgekomen op een verdeling die op de meeste reizen werkt: alles wat kapot kan of duur is gaat mee de cabine in, alles wat vervangbaar is gaat in de ingecheckte tas.
Dat betekent body, twee lenzen, accu's, geheugenkaarten en laptop bij je. Statief, kleding, schoenen, opladers, filters en regenhoes in het ruim. En het is meteen het antwoord op de vraag of je je camera mag inchecken. Technisch mag het, maar bagageafhandeling is geen zachtaardig proces en losse lithiumaccu's horen sowieso in de cabine en niet in het ruim. Dat is geen advies van fabrikanten maar een veiligheidsregel; de achtergrond daarvan staat bij de Rijksoverheid over veiligheid in de luchtvaart. Een accu die in het ruim in brand vliegt kan niemand blussen, een accu in de cabine wel.
Die splitsing klinkt vanzelfsprekend, maar heeft één vervelend gevolg. Je hebt twee stuks bagage nodig die allebei goed werken, terwijl de meeste mensen alleen een goede fotorugzak kopen en de rest in een willekeurige koffer gooien.
De cabinetas
Een fotorugzak van rond de twintig liter is meestal het maximum dat als handbagage doorgaat. Merken als Lowepro, Peak Design en Shimoda maken modellen met een zijopening, zodat je de camera kunt pakken zonder de rugzak af te doen en op de grond te leggen. Dat klinkt als een detail tot je een keer in de regen op een parkeerplaats staat.
Let op de dikte. Een rugzak die uitgezet vijfentwintig centimeter diep is, past niet in de meetbak van Ryanair, en juist die maatschappij controleert er vrijwel altijd op. De exacte maten en wat je daar wel en niet gratis mee naar binnen krijgt, hebben we eerder op een rij gezet in hoe groot je handbagagekoffer mag zijn bij Ryanair.
En neem er een met een sleeve die over de trolleystang van je koffer schuift. Ik heb daar jaren overheen gekeken en op een luchthaven met lange gangen scheelt het je schouders enorm.
De tas voor het ruim
Hier kom je bij de keuze tussen een harde koffer en een reistas, en voor fotografie kies ik bijna altijd de tas. Ten eerste past een statief er beter in: een reisstatief van veertig centimeter ingeklapt gaat diagonaal in een reistas, terwijl hij in een harde koffer tegen het deksel ligt en tegen je kleren drukt. Ten tweede kun je een tas indrukken, en als je op locatie in een auto zit met drie mensen en drie tassen, dan is dat het verschil tussen wel en niet passen.
De reistassen met wielen zijn wat mij betreft de beste tussenoplossing. Je hebt de flexibiliteit van een tas en je hoeft hem niet te dragen op de lange stukken, tegen ongeveer een kilo extra eigen gewicht voor het wielstel. Voor duurzaamheid kijk je naar de Eastpak- en Samsonite-modellen. Kom je veel op onverharde ondergrond, dan ben je beter af met een echte duffel van Bever of een outdoorwinkel, met grove wielen die tegen grind kunnen.
Gewicht: het cijfer dat je echt bijhoudt
Een gemiddelde spiegelloze body met twee lenzen weegt anderhalf tot twee kilo. Een laptop van veertien inch ongeveer anderhalve kilo. Accu's, laders en kabels samen makkelijk een kilo. Je zit dan al op vijf kilo voordat er ook maar één kledingstuk in zit.
Een handbagagelimiet van tien kilo is dus krap, en van acht kilo nagenoeg onhaalbaar. Twee opties: een lichtere setup meenemen, of accepteren dat je bijbetaalt.
Ik ben zelf de eerste kant op gegaan en neem sinds een paar jaar één zoom in plaats van drie primes. De foto's zijn er niet slechter op geworden en mijn rug is er blij mee.
Kleine dingen die verschil maken
Silicagelzakjes in je fototas als je naar de tropen gaat, want condens op een lens die van airco naar buitenlucht gaat is een groter probleem dan regen. Een reservekaart in een ander vak dan de rest, voor als je tas ooit gestolen wordt. En een simpele plastic zak, want voor stof, zand en regen is er nooit iets eleganters bedacht.