Portugal van Noord naar Zuid (2)

In deel 2 van haar verslag over Portugal neemt Marjolijn Klik ons mee naar heilige en historische plaatsen in het land van de Douro. Ze bezoekt diverse karakteristieke vissersplaatsen en vestigstadjes, om te eindigen in Lissabon. Een boeiend reisblog dat een prachtig beeld schetst van Portugal van Noord naar Zuid.

Door: Marjolijn Klik

Tomar, hoofdkwartier van de Orde van Christus en Hendrik de Zeevaarder.

We zijn beland in het hart van Portugal, in Estramadura, het land voorbij de Douro. Hier vind je enkele beroemde kloosters, het op de Moren heroverde land werd toegewezen aan religieuze orden. Vooral de Orde van Christus, voortgekomen uit de Orde van de Tempeliers, speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van Portugal. Deze orde van kruisridders had haar hoofdkwartier in Tomar, in een groot kloostercomplex, het Convento de Cristo. Van hieruit organiseerde Hendrik de Zeevaarder, koningszoon en grootmeester van de Orde, de ontdekkingsreizen naar Afrika en Azië. Hoogtepunten van het klooster zijn de charola, een romaanse kerk naar het grondplan van de Heilige Grafkerk in Jeruzalem, en het manuelijnse venster van het klooster. De Manuelstijl, genoemd naar koning Manuel I, is typisch Portugees. Kenmerkend zijn de uitbundige versieringen van zeemotieven: gedraaid touwwerk, knopen, zeewier en koraal, en armillaria. Het armillarium, een hemelbol, is een instrument dat de zeevaarders gebruikten om positie en tijd te bepalen, het siert ook de vlag van Portugal. Het Convento de Cristo werd voorzien van water door het Aqueduto dos Pegões. Resten vind je nog ten westen van Tomar, op weg naar Fátima. Het aquaduct is gebouwd door een Toscaanse architect, en met de cypressen die hier staan waan je je een beetje in Toscane.

Voordat we het kloostercomplex verkennen, bekijken we eerst het lager gelegen stadje. Het is een druilerige dag, de enige in een verder zonnige reis, en Tomar maakt een wat slaperige indruk. Volgend jaar, juli 2015, zal het hier drukker zijn, eens in de vier jaar wordt het Festa dos Tabuleiros gevierd, met een optocht met meisjes met grote manden met bloemen en brood op het hoofd. Toch is het leuk een beetje te dwalen door de smalle stille straatjes. In het plaveisel van granieten steentjes vind je overal het kruis van de Orde van Christus terug. Af en toe, als ik omhoog kijk, zie ik nieuwsgierige oude vrouwtjes het gordijn een beetje opzij schuiven. Ik breng nog een bezoekje aan Portugal’s oudste nog bestaande synagoge, die zijn functie verloor in 1496, toen de joden werden verdreven uit het land, en laat een paar broodjes beleggen om mee te nemen als lunch.

Fátima, een goddelijke boodschap aan drie herderskinderen.

In 1917 verscheen Maria in Fátima aan drie herderskinderen, Francisco, Jacinta en Lucia. Sinds die tijd is Fátima een druk bezochte bedevaartsplaats, elk jaar komen hier zo’n vier miljoen pelgrims. We rijden Fátima binnen via een rotonde met grote stenen beelden van de kinderen en een schaap. Ons hotel is op loopafstand van het gigantische plein, met aan de ene kant de oude basiliek en aan de andere kant de nieuwe kerk van de meest Heilige Drievuldigheid van architect Tombazis, met meer dan 8000 zitplaatsen. Als niet-katholiek kijk ik met enige verwondering naar de pelgrims, vooral vrouwen, die op hun knieën over het gladde pad naar de basiliek schuiven. Metershoge kaarsen worden als offer in het vuur gegooid van de stookplaats achter de Kapel van de Verschijningen, de hitte en de rook komen je tegemoet. Bij de nieuwe kerk ben ik vooral onder de indruk van de logistiek, de opvang en doorstroming van deze enorme bezoekersaantallen is professioneel aangepakt. ’s Avonds om half tien wordt bij de Kapel van de Verschijningen een rozenhoedje gebeden, gevolgd door een processie waarin de deelnemers een kaarsje meevoeren. Dit is wel een indrukwekkende ervaring. Vooral op zaterdagavond nemen veel mensen deel, op zondag is het minder druk. Twee van de drie herderskinderen hebben dit allemaal niet meer mee mogen maken, ze stierven op negen- en tienjarige leeftijd. Alleen Lucia werd heel oud en heeft Fátima enkele malen bezocht vanuit haar Carmelitessenklooster Santa Teresa in Coimbra.

 

Batalha en Alcobaḉa, geliefden in de dood verenigd.

Niet alleen het Convento de Cristo in Tomar staat op de Werelderfgoedlijst, maar ook de kloosters van Batalha en Alcobaḉa. De Spaanse koningen van Castilië konden zich moeilijk neerleggen bij de soevereiniteit van Portugal. In 1385 kwam het tot een treffen in de Slag bij Aljubarrota. De Portugese koning João I kwam als overwinnaar uit de strijd, en bouwde als dank het klooster Santa Maria da Vitória, nu kortweg Batalha (veldslag) genoemd. De koning is er begraven naast zijn Engelse vrouw Filipa de Lencastre. Aandoenlijk vind ik hun beelden op de graftombes, ook in de dood liggen ze hand in hand. Ze zijn omringd door de graven van hun kinderen, onder wie Hendrik de Zeevaarder. Bekend is het klooster ook om de onvoltooide kapellen aan de achterkant, hier kijk je zo de hemel in. We blijven nog even kijken naar het wisselen van de wacht bij het graf voor de onbekende soldaat, ook in dit klooster, en gaan dan verder naar Alcobaḉa. De cisterciënzerabdij van Alcobaḉa is gebouwd naar het voorbeeld van Clairvaux in Frankrijk. Hier zien we de graven van de tragische geliefden Pedro I en Inês de Castro. Kroonprins Pedro werd verliefd op Inês, de hofdame van zijn vrouw. Bang voor de macht van haar Spaanse familie liet de koning haar vermoorden, niet wetend dat Pedro na de vroege dood van zijn vrouw met haar was getrouwd. Ze zijn begraven met de voeten naar elkaar toe, zodat ze elkaar bij de wederopstanding in de ogen kunnen zien. Als dat niet romantisch is. Bijzonder hier is ook de enorme, helemaal betegelde keuken, met watertanks die het water rechtstreeks uit de rivier de Alcoa betrekken. Leuk extraatje: in één van de ruimtes geeft counter-tenor Luis Pecas een miniconcert. Op you tube kun je hem ook horen. Tegenover het klooster is een ruime keus aan terrassen, vanwaar ik onder het genot van een kopje espresso het klooster van buiten bewonder, en kijk naar Portugese jongetjes die op hun fietsjes van de helling naast het klooster afracen.

 

Nazaré en Obidos, een vissersplaats en een fleurig vestingstadje.

We hebben even genoeg kerken en kloosters gezien, tijd voor wat anders. Nazaré was vroeger een vissersplaatsje waar de vissersboten door ossen het strand op werden getrokken. Nu is het een drukke badplaats, in de smalle steegjes huisvesten de vissershuizen nu restaurantjes. In één zo’n restaurantje doen we ons te goed aan vis met schaaldieren uit een cataplana, de Portugese koperen stoofpan, en aan gegrilde sardines. Traditioneel droegen de mannen van Nazaré kuitbroeken met geruite hemden en een puntmuts waarin ze hun tabak opborgen, de vrouwen waren gekleed in zeven lagen onderrokken. Ten behoeve van fotograferende toeristen zijn de verkopers en verkoopsters van noten en notenkoeken nog zo gekleed, maar oudere vrouwen dragen nog echt de traditionele dracht. Nazaré is verdeeld in een benedenstad, en een bovenstad, de Sítio, hoog boven op een 110 meter hoge klif. Vanaf een panoramaterras heb je hier een adembenemend uitzicht op de zee en de benedenstad.
Daarna bezoeken we, zuidwaarts en een stukje van de kust af, Óbidos. In 1282 gaf koning Dinis I het Moorse kasteel van Óbidos als huwelijksgeschenk aan zijn echtgenote Isabel. In de jaren vijftig werd het kasteel omgebouwd tot pousada (luxehotel) en toen werd ook het ommuurde vestingstadje gerenoveerd. Het autovrije dorp is een populaire bestemming, de hoofdstraat is vrij druk, maar als je een zijstraatje inslaat laat je de drukte direct achter je. Kenmerkend zijn de witte huizen met de blauwe en gele randen, de bougainville bloeit hier uitbundig. Liefhebbers kunnen hier de ginhinja, kortweg ginja, de Portugese kersenlikeur, proeven in een kopje van chocola, lekker!

 

Évora, steencirkels en een wandeling door de tijd.

Landschappelijk heel mooi is de Alentejo, de landelijke, dunbevolkte streek “achter de Taag”. Door lage, golvende heuvels rijden we naar Évora. Dit is een land van korenakkers, wijngaarden, olijfbomen en kurkeiken. Zelfs rijst wordt hier verbouwd. We houden eerst een korte stop in Coruche. Ik maak een wandelingetje langs de rivier, de Sorraia, waar de gemeente een uitgestrekt zandstrand heeft aangelegd, en loop een rondje om de arena, waar stierengevechten worden gehouden. Iets buiten Évora gaan we op zoek naar enkele beroemde neolithische monumenten. Duizenden jaren voor Christus was deze streek al bewoond, de bewoners lieten overal menhirs en steencirkels achter. Langs een uitgesleten zandpad vinden we eerst een menhir op het land van de Quinta dos Almendres, maar we zijn op zoek naar de steencirkel, de cromlech. Na wat zoeken vinden we, op een heuvel, in een bos van kurkeiken, deze cirkel van 95 menhirs. Van hieruit kijk je uit over onze bestemming, Évora. Ons hotel is een omgebouwd klooster, aan een smal straatje met kasseien, we moeten daarom een stukje lopen met de koffers, gemotoriseerd verkeer kan hier niet komen. Een wandeling door Évora is een wandeling door de tijd, binnen de stadsmuren vind je een romeinse tempel, Moorse invloeden, een oude joodse wijk, een versterkte vroeg-gotische kathedraal, en kerken, kloosters en paleizen uit latere tijden. In de winkeltjes in de hoge stad zien de mooie, van kurk gemaakte tassen er wel heel aanlokkelijk uit, maar ik slaag erin mijn kooplust te bedwingen. Ontspannen kun je hier op het centrale plein, het Praḉa do Giraldo, of, iets rustiger, bij de kiosk in het park achter de tempel.

Cascais en Sintra, een golvend plein en roddelende hofdames.

Vanuit de Alentejo rijden we terug naar de kust, naar de Costa de Lisboa. We doen eerst, heel kort, Cascais aan. Op het plein voor het stadhuis word ik beetje zeeziek van het zwart-witte plaveisel, dat de golven van de zee verbeeldt. Via de Boca do Inferno, de muil van de hel, waar de zee opspuit in een diepe kloof in de rotsen, komen we bij de Cabo da Roca, het meest westelijke punt van het Europese vasteland. Voordat de Portugese zeevaarders uitvoeren om nieuwe werelden te ontdekken was dit het einde van de wereld. Bovenop een winderige steile klif, 140 meter boven de golven, staat de vuurtoren van Cabo da Roca. Hoewel er recent nog een dodelijk ongeluk heeft plaatsgevonden, een ouderpaar stortte bij het maken van een selfie voor de ogen van hun kinderen naar beneden, zie je als je goed kijkt toch waaghalzen die zich buiten de omheining op de klif hebben gewaagd. Dan naar Sintra. “This glorious Eden”, constateerde de Engelse romantische dichter Lord Byron al na een kort verblijf. Het milde, vruchtbare klimaat op deze vulkanische bergrug lokte de adel en welgestelde burgerij uit Lissabon. Zij bouwden hier fraaie kastelen, paleizen en villa’s, met mooie parken en tuinen. Dat maakt dat Sintra vrij druk en toeristisch is, wat meer dan de plaatsen die we tot nu toe aandeden. Ik vind het dan ook niet heel erg dat we alleen tijd hebben voor het Palácio Nacional de Sintra, de zomerresidentie van de Portugese koningen. Het is waarschijnlijk al van Moorse oorsprong, João I breidde het in de 14e eeuw uit, en onder zijn opvolgers werd het paleis steeds verder aangepast. Blikvangers zijn de twee enorme kegelvormige keukenschoorstenen. Leuk is het verhaal dat verbonden is aan de Zaal van de Eksters. Dom João werd betrapt bij een gestolen kus, verontschuldigde zich met de woorden “por bem, por bem”, het heeft niets om het lijf, maar de roddelende hofdames konden het voorval niet voor zich houden. De koning nam wraak door ze, alle 136, als eksters met de tekst “por bem” op het plafond te laten schilderen. Se non è vero, è ben trovato. Het Palácio Nacional de Pena, het groteske sprookjespaleis van Ferdinand von Sachsen-Coburg-Gotha laten we vandaag maar links liggen.

 

Lissabon in sneltramvaart, en afscheid in een fado restaurant.

Onze reis eindigt in Lissabon. Hier vandaan vliegen we terug naar Nederland. Ook hier maar één dag! Als echte Japanners snellen we langs enkele bezienswaardigheden. Vanuit de bus een blik op het station Gare do Oriente, een ontwerp van de Spaanse architect Calatrava. Dit station ligt in Parque das Naḉões, gebouwd voor Expo 98, nu omgebouwd tot een gewilde nieuwe woonwijk van Lissabon. Dan een kort wandelingetje door Alfama. In 1755 werd Lissabon getroffen door een aardbeving en tsunami. Een groot deel van de stad werd weggevaagd, maar de oude van oorsprong Moorse wijk Alfama, met zijn steile smalle straatjes, bleef gespaard. Hier raak ik kort in gesprek met een mevrouw die stadstuiniert in een houten bak vol plantjes. Dan direct weer door naar Belém. Hier vind je de vaak gefotografeerde Torre de Belém, in de 16e eeuw gebouwd om Lissabon te beschermen tegen Hollandse! en Engelse piraten. Vlak daarachter kijkt Hendrik de Zeevaarder vanaf het Monument der Ontdekkingen uit over de Taag, dit monument werd in 1960 gebouwd ter gelegenheid van Hendriks vijfhonderdste sterfdag. Een kleine 500 jaar ouder is het Mosteiro dos Jerónimos, een indrukwekkend klooster, het belangrijkste gebouw in Portugal in Manuelstijl. Dicht bij de ingang is Vasco da Gama begraven, de ontdekkingsreiziger, en Luís Vaz de Camões, de epische dichter die de reizen van Vasco da Gama bezong. Daarna doe ik het wat rustiger aan, met een lunch op één van de vele terrassen in stadsdeel Baixa, een rondje met tram 12 door Alfama, een kijkje in het biermuseum aan het Praḉa do Comércio, en een super-ijsje van Amorino. We nemen afscheid van Lissabon en Portugal in een fado-restaurant. De fado, de blues van Portugal, ontstond in de kroegen van Alfama, en vertolkt de saudade, het Portugese levensgevoel, dat weemoedige, bitterzoete verlangen naar de/het verloren (ge)liefde: “ik heb zoveel herinneringen…zoveel en vormlozer dan dromen…ik heb alleen herinneringen” (Slauerhoff).

 

ZIE OOK DEEL 1 VAN 'POTUGAL VAN NOORD NAAR ZUID' >

 

Video gemaakt van Évora genomen vanuit een drone.

 

Ga naar Profiel Marjolijn >

Meer info over Portugal

Bewaren

Portugal van Noord naar Zuid (1)

Door: Marjolijn Klik

Portucale, de bakermat van Portugal. “Aqui nasceu Portugal”, “hier werd Portugal geboren”, staat in trotse letters te lezen op de stadsmuur van Guimarães. In dit middeleeuwse stadje ontstond Portugal als land en natie, toen Afonso Henriques, kleinzoon van Afonso VI van Castilië en Léon, en erfgenaam van de provincie Portucale, zich begin 12e eeuw uitriep tot koning van Portugal. Van hieruit ook heroverde hij het land op de Moren. Het is dan ook passend dat we hier onze reis door Portugal echt beginnen, nadat we gisteravond per vliegtuig zijn geland in Porto, 50 kilometer ten zuiden van Guimarães. En, het is een heel leuk stadje om ...

Lees verder
Portugal van Noord naar Zuid (2)

Door: Marjolijn Klik

In deel 2 van haar verslag over Portugal neemt Marjolijn Klik ons mee naar heilige en ...

Lees verder
Van de zonnige zuidelijke Algarve tot het groene, bergachtige en rustige noorden

Door: Ecktiv Redactie

Bem vindo! Natuurlijk ga je naar Portugal voor het heerlijk zuidelijke klimaat. Portugal biedt ...

Lees verder
Lissabon: de bruisende hoofdstad aan de Taag

Door: Ecktiv Redactie

Portugals hoofdstad Lissabon ligt daar waar de Taag uitmondt in de Atlantische Oceaan. De stad ...

Lees verder
Madeira en de Azoren: stipjes in de Atlantische Oceaan

Door: Ecktiv Redactie

Portugal bezit een aantal zeer aantrekkelijke eilanden: Madeira en de Azoren. Daar begon in de ...

Lees verder

- Advertentie -