Architectonische rondreis door Melilla. Eén brok Spaanse historie in Marokko.

De stad Melilla, een van de twee Spaanse enclaves aan de Noord-Marokaanse kust is momenteel regelmatig in het nieuws vanwege de vele asielzoekers, die vandaar uit proberen het Europese vasteland te bereiken. Maar dat deze historische stad zoveel unieke architectuur herbergt is nauwelijks bekent. Mireille Velthuis verdiepte zich erin en is vooral getroffen door het werk van architect Don Enrique Nieto. Zoals Gaudì zijn stempel mocht drukken op Barcelona, zo mocht zijn discipel Nieto dat gedurende 40 jaar doen in Melilla. Liefst 457 gebouwen staan er van zijn hand in het oude centrum van Melilla. Mireille gidst je er graag doorheen.

Door: Mireille Velthuis

Over nagenoeg lege tolwegen zoeven we in enkele uren van Rabat naar het noordoosten van Marokko. Rijdend via de steden Oujda en Nador om daarna “even” Spanje te bezoeken. Jazeker, we gaan naar Melilla één van de Spaanse autonome steden op het Afrikaanse continent. Gelegen op een schiereiland aan Middellandse zee. Melilla behoort sinds 1497 tot Spanje en is zoals haar ‘zuster’stad Ceuta een vrijhaven. Oh wow…voor mij is dit een Spaans-Maroc-Afrikaanse cocktail aan de Mediterranée en een echt onontdekt vergeten juweeltje! Ik ben gepassioneerd door architectuur, stedentrips is genieten en heerlijk om inderdaad ‘even’ in Spanje te kunnen zijn tijdens mijn vierweekse reis in Marokko.

Bezienswaardig Melilla is de oude ommuurde citadel stad ‘Medina Sidonia’, de nieuwe stad ‘Melilla Nuevo’ en de haven. Een overduidelijke Spaanse stad, wel met een zichtbare multiculturele samenleving. Vergeleken met Ceuta wonen er in Melilla meer mensen van Marokkaanse komaf. Bovendien is er een grote Spaanse legereenheid gevestigd, ten behoeve van de verdediging van de stad, de kustwateren en haar nabijheid met Algerije. Op 13 km afstand ligt Nador de dichtstbijzijnde grote Marokkaanse stad, Malaga ligt zo’n 180 km overzee. Wie de kans heeft kan ik volmondig Melilla aanraden voor een bezoek; dat kan over land via de Marokaans-Spaanse grens, per schip vanaf Spanje of vliegend op de eigen luchthaven van Melillia. Vermijd de maandag want dan zijn de meeste musea, winkels en kerken gesloten ontdekte wij.

Oeps!

Aanrijdend vanaf Nador komen we bij de Marokkaans-Spaanse grens. Oeps! Jeminee, een gigantische chaos aan autos en mensen. Zes autobanen schots-en-scheef gemotoriseerd- en fietsverkeer moet door één poort! Niemand gunt elkaar een centimeter extra ruimte. Veel geschreeuw, geërgerd getoeter en daar tussendoor meerdere vage figuren wapperend met grensformuliertjes. Bij wie en waar we ons paspoort moeten tonen is ons een raadsel. We worden gewezen op een ienieminie verandaatje, waar een kluit mensen staat. Voor hun neus wordt met enige regelmaat een deur dichtgesmeten. Wat er achter die deur gebeurt op het stoffige oude computerschermpje is ook stof voor onze fantasie. Gezien de illegale migratie naar Europa en bestormingen van juist deze grensovergang, is de chaos enigszins begrijpelijk. De grote hekwerken en de geslotenheid zouden wat meer orde en overzicht moeten creëren. Na anderhalf uur passeren we de Spaanse douanier, Buenos días ¿De dónde es usted? Soy de Holanda, gracias, adiós ¡Qué lo pase bien! En toen…ineens zijn we in Spanje!

 

We rijden regelrecht het architectonisch centrum in via de grote rotonde aan de Plaza de España, een strak plein, deftige statige gebouwen

We rijden regelrecht het architectonisch centrum in via de grote rotonde aan de Plaza de España, wow…nog maar een rondje. Een strak plein, deftige statige gebouwen en vierkant gesnoeide bomen staan ons ter appel. Het grote gebogen blauwwitte gebouw is het Gemeentehuis van Melilla (Palacio de la Asamblea). Melilla is na Barcelona de stad met de meeste Art-Deco en Modernisme gebouwen. Aan het begin van de 20e eeuw ontwierp Antoni Gaudí discipel Don Enrique Nieto ‘Melilla Nuevo’. Dit is vast en zeker de droom van iedere architect om zo’n opdracht in je schoot geworpen te krijgen!

Een stadsplan inclusief de gebouwen van een nieuwe stad te mogen ontwerpen, sjonge... Een meesterwerk heeft hij ervan gemaakt! Als liefhebber van steden en architectuur is dit óók mijn walhalla, daarom raad ik je aan om de architectonische cultuurhistorische route te bewandelen om optimaal te genieten. Wij beginnen eerst op een terras op dit plein, even de grandeur in ons opnemen met een Spaans biertje en een bocadillo. Rustgevend is de klaterende fontein tussen wuivende palmen midden op de rotonde waar helden uit de Marokkaanse Noord-Afrikaanse strijd worden vereerd met een monument.

 

Don Enrique Nieto ontwikkeld in veertig jaar tijd 'de gouden driehoek' van Melilla met maar liefst 457 gebouwen

De Catalaanse 29 jarige Nieto kwam in 1909 naar Melilla en werkte door tot 1949. In zijn leermeesters voetsporen begon hij in Noord Afrika aan zijn eerste projecten, de ontwikkeling van de zogenaamde 'de gouden driehoek' genaamd als gevolg van de vorm die het had en de vele bijzondere architectonische gebouwen. Zijn ontwerpen gooide hoge ogen dat hij uiteindelijk verheven werd tot stadsarchitect. Nieto ontwierp en bouwde mee aan 457 gebouwen in de stad samen met ander bekende architecten zoals Francisco Hernanz en Emilio Alzugaray, gezamenlijk waren ze volgelingen van de 20e eeuw bouwstijlstroming 'Modernisme'. Daarmee werden verschillende stijlen gecombineerd: Klassieke architectuur, Art Nouveau, Neo-Gothisch, Neo-Romanesque, Neo-Arabisch, Art Deco en Sgraffito. Het bijzondere van Nieto is dat hij alle stromingen gebruikte binnen zijn architectonische werken. Wie nieuwsgierig is naar deze knappet Enrique Nieto, kan zijn standbeeld bewonderen aan de Avenue Juan Carlos I.

Opmerkelijk dat zoveel moois in een relatief compacte omgeving bewaard is gebleven, eerlijkheidshalve zijn sommige gebouwen iets te mooi opgeknapt zodat ik de oude charme soms mis. Kijk vooral omhoog voor het fraais, want de façades op straatniveau zijn dikwijls aangepast voor moderne en commerciële doeleinden. Het is ondoenlijk om al het moois te benoemen én om mijn architecturale enthousiasme enigszins te beteugelen tip ik voor mij enkele lichtpuntjes aan.

Onze architectuur-historische reis begint bij de Plaza de España, het centrale plein van Melilla rondom de klaterende rotondefontein. Blikvangers zijn de imposante gebouwen ‘Palacio de la Asamblea ‘, ‘Casino Militar’, ‘Banco España’ en op de hoek met Avenida Juan Carlos I ligt ‘Casa Melul’. Dit laatste abrikooskleurige gebouw lijkt op een glazuursuiker kunststukje van de banketbakker. Het ‘glacé’ meesterwerk is ontworpen door Nieto en gebouwd door Melilliaan Melul in 1917, een typisch voorbeeld van ‘bloemige’ Jugendstil en in Spanje bekend als Catalaans Modernisme. De sobere kalkstenen ‘Banco España’ valt hier ietwat uit de toon, echter bouwkundig gezien niet minder bijzonder. Door de Spaanse burgeroorlog heeft de bouw, gestart in 1935, jaren stilgelegen. Pas in 1944 heeft een andere architect, Juan de Zavala, het vijfhoekige, vijf verdieping tellende project gerealiseerd. Plaza de España is als een spin in haar web, vanaf hier waaieren in verschillende richtingen stijlvolle straten uit. Óók richting een park, naar de Marina, naar de oude stad en richting strand. Ik schiet eerst het park in.

 

Parque Hernández, de 'groene long' van de stad is bekroond tot ‘Historische Tuin’ en werd in 1913 door Jose de la Grandara ontworpen

Parque Hernández is naast recreatief park ook Botanische tuin in het centrum van Melilla Nuevo, men ziet het als de ‘groene long’ van de stad. Dit park, inmiddels bekroond tot ‘Historische Tuin’ werd in 1913 door Jose de la Grandara ontworpen. Vanaf Plaza de España is het een vlakke wandeling alhoewel het optisch wiebelt voor mijn ogen door de golvende betegeling van de paden. De gevreesde rode tor lijkt de vele palmbomen nog niet te hebben gevonden want de kruinen staan er nog fier bij, ik hoop dat deze palmenpest het park overslaat. Uiteraard een heerlijke plek om uit te rusten met een boek, maar geen tijd mijn ontdekkingsdrang dwingt me om verder te gaan. Ik wandel over lange wandelpaden langs verzorgde beplanting, fonteinen, pergola’s en standbeelden. Aan het andere einde stappen we het park uit om links af de Calle Sotomayor in te gaan richting ‘Plaza De Toros’, de enige nog gebruikte stierenvechters arena in Afrika ligt nu recht voor me, wat een imposant gebouw! Deze witbeige arena is van architect Alejandro Blond González. Vandaag geen gejuich of ovaties, de boel is dicht en daarom ook geen kijkje binnen; jammer want ik ben wel nieuwsgierig naar het gebouw. Aangezien de architectonische gouden driehoek nu rechts van ons ligt keren we weer terug langs de noordkant van het park opnieuw over de Calle de Luis de Sotomayor.

 

Avenida Juan Carlos I is rijkelijk bedeeld in Modernistische gebouwen en alle straten hiervandaan gaand zijn de moeite waard om in te slaan.

Met mijn hoofd achterover in mijn schouderbladen wordt mijn nek steeds stijver, aldoende wandel ik door verschillende straten en de Avenida Juan Carlos I in. Stijve nek? Jazeker, het meeste mooi is hoger op de façades te zien. Avenida Juan Carlos I is rijkelijk bedeeld in Modernistische gebouwen en alle straten hiervandaan gaand zijn de moeite waard om in te slaan. Bijvoorbeeld, evenwijdig en haaks lopend op deze hoofd avenue: Calle García Cabrelles, Calle de General O’Donnell, Avinada de los Reyes Católilicas Cándido Lobera , Calle López Moreno, Calle Cervantes en Calle Abdelkáder.

Vol bewonderings tuur ik naar alle façades - een variëteit aan stucco (stucwerk), kleuren, versieringen, artistieke balkons en koepels. Allerlei gedachten en associaties tuimelen zich door mijn gedachten. Ik meen tekenen van ‘budget modernisme’ te zien, want de recessie was er toen de Art-Deco beweging in de jaren 30 kwam en daardoor werden versiering soberdere, strakker en herhaalde zich vaker. Maar ook tegenstrijdige associaties want sommige Art-Deco stucco versieringen doen me denken aan het typisch Britse Vintage Wedgwood ‘Jasperware’ porselein. Alhoewel die dateert van drie eeuwen eerder komt het vooral door de matte blauw, grijs en grijs-blauwe poederkleurige stuukwerk en ‘opgeplakte’ ornamenten in wit of uni-kleuren. Enkele bijzondere gebouwen waard op te zoeken zijn: de prachtig grijsblauwe ‘Teatro Cinema Monumental’ versierd met Art Deco ornamentele details (architect Lorenzo Ros); ‘El Telegrama del Rif’ gelegen op een hoek en voormalig gebouw van de lokale krant; het crèmekleurige voormalig warenhuis ‘Edificio La Reconquista’ verfraaid met elegant balkons en geschubde koepels (ontworpen door Militair architect Eusebius Ronde en Nieto); van Nieto beide de uit 1914 blauwe ‘Casa de Tortosa’en de strakkere ‘Casa de los Cristales’ uit 1917 deze laatse was het voormalig ‘Hotel Reina Victoria’. Het houdt niet op! Ik kom ogen te kort en mijn fantasie slaat op hol. Niet te missen zijn de vele monumenten en standbeelden die de stad heeft. De leukste vind ik die van Cervantes vergezeld met zijn muze Don Quixote.

 

We gaan verder en storten ons nu op de historie. 17 september 1497 werd de stad veroverd door een Castillaanse-Aragonese vloot uit Gibraltar

Binnengekomen via ‘Puerta de la Marina’ aan de havenzijde langs het standbeeld van oud General Franco staan we in de ommuurde oude vestingstad ‘Medina Sidonia’ ook bekend als ‘Melilla la Vieja’. We gaan verder en storten ons nu op de historie. 17 september 1497 werd de stad veroverd door een Castillaanse-Aragonese vloot uit Gibraltar, toen begon ‘Het’. Èn dat ‘het’ op de vroegere Fenicische handelsnederzetting ‘Rusadir’ ligt. Alonzo Pérez de Guzmán el Bueno, de 7e hertog van Sidonia van Gibraltar was de Admiraal van de Spaanse Armada. Tot 1556 bleef de stad domein van de Hertog van Medina Sidonia, hierna werd het geannexeerd door Spanje. Ik lees in mijn boek dat vanaf vroeg 16e eeuw tot laat in de 19e eeuw het noodzakelijk was te bouwen aan verdediging. In totaal werden er vier verdedigingsblokken, de forten ’Grande’, ‘Chica’, ‘Rosario’ en ‘Victoria’, gebouwd op de heuvel van Alcazaba waar wij staan hoog boven de nieuwe stad. Aan de bastionmuren staan nog vervaarlijk kanonnen opgesteld. Melilla haar meest historisch gedeelte is even indrukwekkend als de veel jongere moderne benedenstad. We laten ons dwalen door de oudheid, tussen torens, bastions, pleinen en oud militaire barakken.

 

Op de ‘Plaza de las Peñuelas’ zijn we omringd door historische gebouwen. Het oude waterputten duo is hier te vinden, beiden leste de dorst van oud Melilla haar inwoners tot diep in de 20e eeuw. Aan een kant van het plein ligt Afrika haar enige Gotische bouwwerken – jazeker een klein kapelletje ‘Capilla de Santiago’ toegewijd aan de Apostel Jakobus. In eerste instantie weinig opvallend. Binnen kijk omhoog én kijk omlaag want de vloer en het gewelfde plafond zijn speciaal.

De kapel uit 1551 is het werk van het duo Miguel de Perea en Sancho Escalante. Er tegenover liggen drie opvallende gebouwen met een punt dak in een ‘soort’ open souterrain, dit zijn de voormalige warenhuizen en militaire opslag ‘Las Peñuelas’, nu een Archeologisch, historisch en etnografisch museum. Helaas voor ons is alles gesloten want we lopen hier rond om een maandag. Dan maar volgens het moderne ‘mindfulness’ genieten van het hier en nu, vanaf het hogere gelegen patio-balkon rondkijken over het grandioze uitzicht van de stad en de zee gebaad in het zachte middag zonlicht.

 

 

We slenteren verder over de bastionmuur en komen bij de protserige ‘Casa del Gobernador’ de Gouverneurs woning met ernaast de ‘Torre de la Vela’ – museum voor archeologie en geschiedenis. Beiden gebouwd op de 16e eeuwse verdedigingsmuren van de Santa Ana port. Het is wat knijpen met de ogen tegen de lage zon maar dan valt het standbeeld op van Pedro de Estopiñan Virues, de man die werkelijk de stad veroverde in opdracht van de Hertog van Sidonia. Ik rol nog eens “conquistador” over mijn tong…een woord die voor mij als kind iets enorms en onverbiddelijk voorstelde, niet te bevatten. Van hier heb je goed uitzicht over de haven waar veerboten uit Málaga en Almería arriveren, de vissershaven ‘Darsena Pesquera’ en de jachthaven. Aangezien het februari is het nog redelijk rustig en geen jetset te spotten.  

Al pratend samen staan we plots voor een witte kerk, of eigenlijk we kijken omhoog ernaar, gebouwd op een hoger gelegen terras. De belangrijkheid dringt nog niet door, maar dit is ‘Iglesia de la Purísima Concepción’, het eerste Christelijk gebedshuis in Melilla uit de 17e eeuw. De kerk is toegewijd aan de maagd Victoria de beschermheilige van de stad Melilla. Typerende voor toen en het katholicisme een barokke binnenzijde, meerdere altaars in naven, een opvallende vierkante zwart-grijs-witte betegelde vloer en vanzelfsprekend onze heilige‘Nuestra Señora de la Victoria’ waakt vanaf het goudblinkende altaar. Het eerste beeldhouwwerk werd door de kapucijner broedergemeenschap gedaan die met de Spaanse vloot mee waren gekomen.

 

 

 

Onder de kerk loopt een uitgebreid gangenstelsel en schuilplaats ‘Las Cuevas del Convento’ de ingang is eveneens bij de kerk te vinden. De deur naar de crypten van Melilla blijft helaas voor ons gesloten, bijzonder jammer. Het gangenstelsel is uitgegraven in de rotsen dateert al uit de tijd van de Feniciërs. In tijden van belegering konden de inwoners van de stad zich hier verschuilen en in de ondergrondse kerk bidden. Maargoed niet getreurd er is meer te ontdekken, we zien aparte details en poorten in de oude muren, een zo’n poort is ‘Fachada del Baluarte de la Concepción’. We zijn kennelijk bezig met ons rondje om de kerk want nu aan de achterzijde ligt het legermuseum ‘Museo del Ejército’ gelegen in de bastion van ‘Baluarte de la Concepción’. Kamers zijn gevuld met het militaire memorabilia, vlaggen en fotos. Vergelijkbaar met het leger museum in Ceuta. Ik heb wat meer over het Spaans Vreemdelinglegioen gelezen, wel een interessant legeronderdeel die opgericht is naar voorbeeld van het Franse Vreemdelingenlegioen. Het woord ‘vreemden’ betekent niet zo zeer niet-Spanjaarden maar legeronderdeel ‘overzee’. Het legioen is een legeronderdeel die vanaf 1920 een belangrijke rol speelde in de verdediging van Frans-Marokko, de ‘Rif oorlog’ tegen de lokale Berberse strijders en legeronderdeel gestationeerd in Noord Afrika o.a. tijdens Spaanse Burger oorlog.

 

Het neo-klassieke ‘Hospital del Rey’ herbergt tegenwoordig het stadsarchief, de stadsbibliotheek en een centrum voor Moderne kunst

Mijmerend kijken we over de vesting muren naar zee. Gek, enerzijds kanonnen die doen herinneren aan het gevecht anderzijds de vredige duiven die over de muren naast ons dartelen. Medina Sidonia… ook een rare naam, in mijn gedachte zie steeds Tante Sidonia van Suske en Witske. Ooit wordt tante Sidonia in een van de stripverhalen aan haar familielid de 7e Hertog van Sidonia voorgesteld, jaja! In een grote bocht ligt ‘Hospital del Rey’, een lelijk bolwerk met een gesloten uiterlijk. Neoclassicaal gebouw uit de 19e eeuw dat tegenwoordig stadsarchief, stadsbibliotheek en centrum voor Moderne kunst is. Als verpleegkundige intrigeert me de naam, na veel zoeken op het internet kom ik er eindelijk achter, het was ooit een Militair ziekenhuis en laat ik nou mijn opleiding in een Nederlands Militair ziekenhuis hebben gedaan! Goh…. 

Een grote tot de nok toe gevulde begraafplaats - ‘Cementerio de la Purísima Concepción’

Nu pakken we even de auto en rijden over het schiereiland. Rijdend over de vestingmuren van de oude stad aan de ‘achterzijde’ van de Alcazaba heuvel, valt me ineens een grote tot de nok toe gevulde begraafplaats op. ‘Cementerio de la Purísima Concepción’ een Militaire begraafplaats en civiele begraafplaats (12000 militairen liggen hier). Aan de zeezijde staat een enorm standbeeld – ‘Pantheon’ in ere van de militaire helden en gevallenen van Melilla “A los que sucumbieron por la patria”.

Verder rijdend komen we op grote open vlakten, pistes en dennenbossen. Gedeelten zijn afgerasterd, duidelijk de forse aanwezigheid van het Spaanse leger en vele priemende borden ‘Paso Zona Militar’ maken het overduidelijk. Niet geheel onbegrijpelijk met de illegale Noord Afrikaanse migranten die de grens trachten te passeren en bootjes volgepropt met bootvluchtelingen naar het Europese vasteland. Daarnaast de lichtelijk gedoogde aanwezigheid van de Spanjaarden in Marokko, want Marokko vindt dat deze enclaves tot hun landgebied behoren. In 2005 en 2010 nog zijn er conflicten geweest waarbij in augustus 2010 er een tijdelijke import blokkade was vanuit Marokko bijelkaar zijn sindsdien de enclaves Ceuta en Melilla versterkt met Spaanse militairen. Alhoewel je vrij kunt rondrijden, een echt prettig gevoel geeft deze ‘onzichtbare’ militaire aanwezigheid niet, dus al gauw maken we weer een omkeer naar meer bewoonde gedeelten.

Me dunkt bewoond, al gauw komen in een gebied dat lijkt of we plots weer in Marokko zijn. Meer straat bedrijvigheid en rumoer dan de rest van de stad. Ook aanzienlijk meer mensen op straat veel gehuld in djellabas de drukke winkelstraatjes met winkels waarvan zij hun koopwaar over straat heen etaleren. Aan de donker rode, terracotta en wit geverfde gebouwen zijn de gevels rijkelijk behangen met TV-ontvangst schotels en schone was. We komen langs de Centrale Moskee van Melilla, ‘Mezquita Central’ en wat blijkt ook deze is door Enrique Nieto ontworpen in 1945. Een neo-arabisch bouwstijl inclusief kleurrijke minaret met Andalusische koepel.

Melilla wordt geroemd om haar multiculturele samenleving en dat meerdere geloven vredig naast elkaar hebben geleefd en nog doen. Bijzonder om te bemerken dat de Modernisme architectuurstroming ook is toegepast op belangrijke gebedshuizen. Een grote Joodse gemeenschap heeft zich in de 19e eeuw in Melilla gevestigd, hun gebedshuis uit 1924 de‘Or Zaruah Synagoge’ is van binnen en buiten door Nieto ontworpen. Letterlijk in het het hart van nieuwe stad ligt de heilige hart kerk ‘La Iglesia del Sagrado Corazón de Jesús’ en is tevens de Bisschoppelijke zetel in Melilla. Een kerk met horten en stoten gebouwd, in 1900 startte men met de bouw, helaas de financiële middelen uit de opbrengst van de pastoor zijn boomgaarden waren niet toereikend. Uiteindelijk na een 3e doorstart met de bouw en geleende gelden was de kerk in december 1918 klaar om ingewijd te worden. De architecturale eer is hier aan Fernando Guerrero Strachan. De Hindu tempel hebben wij niet kunnen vinden.

 

De Bar is rijkelijk op Gaudíaanse wijze gedecoreerd door de Melilliaanse architect Carlos Baeza

Inmiddels is het donker geworden en willen we nog aan de tapas voordat we vanavond terugkeren naar Marokko. Ik snak nog naar mijn favoriete drankje ‘Bitter Kas’, een frisdrank wat me een beetje aan Campari doet deken.

Helemaal in stijl van onze architecturale dag gaan we naar de aanbevolen Spaanse tapas bar "La Cervecería". De Bar is rijkelijk op Gaudíaanse wijze gedecoreerd door de Melilliaanse architect Carlos Baeza. Wij zijn duidelijk te Nederlands vroeg, het is erg rustig. Gelukkig even later vanaf 19 uur stroomt het tjokvol, zo vol dat klanten buiten op de stoep geanimeerd staan te praten met hun hapje.

Helemaal voldaan keren we terug naar Marokko, maar we rijden nog even twee keer rond het Plaza de España voordat we de weg naar de grenspost nemen. Gaaf, Melilla moet je doen!

 

 

Informatie

Bureau voor Toerisme Melilla link
Spaans Verkeersbureau Nederland link
Modernisme architectuur route link
Bar la Cervecería: Calle General O'Donnell, 23, 52001 Melilla, Telefoon:+34 952 68 33 42 Film met Nostalgische en herkenbare beelden van Melilla begin vorige eeuw. 

Profiel Nyasa >

 

Architectonische rondreis door Melilla. Eén brok Spaanse historie in Marokko.

Door: Mireille Velthuis

 Over nagenoeg lege tolwegen zoeven we in enkele uren van Rabat naar het noordoosten van Marokko. Via Oujda, het geweldige ‘Les Béni-Snassen’ gebergte, Nador om daarna “even” Spanje te bezoeken. Ja zeker, we gaan naar Melilla een van de Spaanse autonome steden op het Afrikaanse. Gelegen op een schiereiland aan de Marokkaans-Afrikaanse Middellandse zeekust van Marokko. Melilla behoort al sinds 1497 tot Spanje en is net zoals Ceuta een vrijhaven. Toerisme is een van haar belangrijkste inkomstenbronnen. Al is Melilla wel een vergeten juweeltje en nog lang niet overspoeld of verpest door massa toerisme. Dit is Spanje met een vleugje Marokkaans én ...

Lees verder

- Advertentie -