Dwars door de Atacama woestijn in Chili
'Bienvenido Panamericana'

In 2008 doet Miez een stuk van de 'The Panamerican Highway' in Chili. De volgens schattingen meer dan 25000 km lange route van Alaska naar Vuurland komt in Zuid-Amerika nog het best tot zijn recht. Met zijn toen nog eenvoudige camera brengt hij het stoffige landschap en de eenvoud van de bewoners in beeld. Des te kleurrijker is zijn verhaal.

Door: Miez Peek

Ik ben benieuwd of ik hem kan zien. De mijnstad Calama ligt alweer een uurtje achter me als ik de lage cordillera (heuvelachtige bergkam) omhoog rijd. De kaart naast me laat een grote vlakte zien die zich weldra aan mij zal tonen als ik het hoogste punt van 2100 mtr ben gepasseerd. In de Atacama-woestijn is de lucht zeldzaam helder en zo vertrouw ik erop dat ik de vlakte straks kan overzien en aan de horizon een weg verschijnt die menig avonturiershart harder doet kloppen: The Panamerican Highway. De weg die Alaska met Vuurland verbindt, voor mij wordt het een klein stukje.

In een eenvoudige huurauto met bulderende vrachtwagens als tegenliggers moet ik over een tijdelijke weg van stoffig woestijngrind.

De Chilenen zijn wat makkelijker met hun benamingen. Hier noemen ze de belangrijkste weg van het continent de Panamericana of beter nog 'Pana'.  En Pana toont zich inderdaad ruim 35 kilometer voorbij de gortdroge kiezelvlakte die ik vanaf de cordillera-pas kan zien. Hele kleine vrachtautootjes rollen aan de horizon voorbij. Maar ik heb andere zorgen aan mijn hoofd. De geasfalteerde weg tussen hier en daar wordt gerepareerd en dat betekent een tijdelijke secundaire weg door het stoffige grind van de woestijn. Geen prettig vooruitzicht in een eenvoudige huurauto met bulderende vrachtwagens als tegenliggers. Stofwolk na stofwolk als markeringspunten op de route naar de Pana. Voorzichtig rijd ik de noodweg op.

Veel vrachtwagenchauffeurs remmen af maar er blijven genoeg idioten over die maken dat ik mijn auto zo ver mogelijk de berm in stuur.

Iets buiten Calama ligt de grootse kopermijn ter wereld. Chuquicamata is haar naam en ze is ruim een halve mijl diep. Het erts uit de mijn wordt met vrachtwagens vervoerd naar de havenstad Antofagasta, een rit van bijna 300 kilometer die de chauffeurs nog dezelfde dag heen en weer rijden. En dat maakt dat de kilometers grindweg tot aan de Pana geen pretje zijn. Veel vrachtwagenchauffeurs remmen af maar er blijven genoeg idioten over die maken dat ik mijn auto zo ver mogelijk de berm in stuur. Een schadelijk kiezelsalvo tegen mijn portier blijft uit maar het kan niet anders dan dat ik een keer vast komt te zitten in de mulle grindhopen langs de weg. En zo gebeurd, niet lang want ik wordt geholpen door de 4WD achter me waarvan de eigenaar hoofdschuddend de 'idiota's' achter het vrachtwagenstuur vervloekt.

Afgestoft en opgefrist loop ik naar de puntgave asfaltweg achter de parkeerplaats. Ik wil de Panamericana voelen voordat ik erop ga rijden.

Opgelucht haal ik de kruising met de Pana maar ik wacht nog even met haar betreden. Ik wil dat het een ceremonieel moment wordt en rij iets voor de kruising een parkeerplaats op. Er staat een kiosk waarvoor een oudere vrouw in indianenkleding zit. Ze staat op als ze mijn stoffige verschijning ziet. De auto uit het grind duwen heeft me veranderd in een woestijnmannetje. De vrouw begrijpt dat ik water nodig heb en zet het met een glimlach voor me op de balie. Afgestoft en opgefrist loop ik naar de puntgave asfaltweg achter de parkeerplaats. Ik wil de Panamericana eerst voelen voordat ik er op ga rijden. Het teer voelt warm, niet heet en lijkt me te roepen. Een minuutje later kruipen mijn wielen de Pana op. Ik ontspan wetende dat de vrachtwagens de andere kant op rijden. Zij gaan zuidwaarts en mijn route gaat naar het noorden. Het hoge noorden naar Chileense begrippen want ik ga Chili’s puntje aantippen, Peru kan ik morgen ruiken. 

De lucht boven de Panamericana trilt continue, ik vrees een fata morgana maar gelukkig is de eerste oase die ik waar neem echt: Quillagua

De weg is goed en het desolate landschap wonderschoon. Westelijk stijgt de kustcordillera tot 2200mtr alvorens steil af te dalen naar de Grote Oceaan. Oostelijk zijn de machtige, ruim 6000mtr hoge Andestoppen te zien. De sneeuw glimt als de wolken dat toestaan. Daartussen rijd ik door de droogste plek op aarde. De Atacamawoestijn is groots en meedogenloos voor wie haar niet weet te respecteren. Haar kleuren variëren van lichtgeel tot roze maar voornamelijk een grauwig grijsbruin. De lucht boven de Panamericana trilt continue, ik vrees een fata morgana maar gelukkig is de eerste oase die ik waar neem echt. Het nietige Quillagua ligt in een ondiepe beekbedding en bestaat uit enkele hutjes tussen riet en dadelpalmen. De twee mannen die het land bewerken kijken kort op als ik met een flesje water de schaduw van een van de palmen op zoek.

Hier zit ik dan, mijn eerste echte oase. Ondanks de rechte lijnen en het ogenschijnlijk eentonige landschap verveel ik me geen moment. Er is genoeg verkeer, niet druk maar prettig levendig en ik vind genoeg redenen om de auto stil te zetten. Soms moet dat gedwongen omdat er een zandhoos oversteekt die het sporadische vuil langs de weg doet opwaaien. Ik tel er tientallen die plots verschijnen en net zo plots weer oplossen in de woestijnwind. De zandhozen lijken de geesten van de woestijn en die gedachte is niet eens zo gek als ik de auto bij een netjes wit geschilderde muur parkeer.

In de mijndorpen woonden eenzame mannen die niet oud werden. Al snel werden de begraafplaatsen net zo groot als het mijndorp zelf.

De Atacama is tot aan de tweede wereldoorlog een belangrijk mijngebied geweest waar vooral nitraten werden gewonnen. Basis voor het kruit van geallieerde bommen in beide Europese oorlogen. In de mijndorpen woonden eenzame mannen die zich kapot werkten in de ondergrondse gangen.

Ze werden niet oud, al snel werden de begraafplaatsen net zo groot als het mijndorp zelf. Langs de Panamericana liggen meerdere van deze begraafplaatsen. De dorpen verderop zijn leeggeplunderd of half verscholen onder het woestijnzand. Geen plek om te bezoeken gezien het gif dat er nog in de grond zit. Een begraafplaats bezoeken kan wel en dat doe ik dan ook een aantal keer op mijn weg naar het noorden.

Het heeft iets geks. De Atacama is doodstil maar zelfs dan zijn de begraafplaatsen een rustplaats. Ik kan mijn benen even strekken en verbaas me over de verzorgde graven waar vaak kunstbloemen tegen het witte kruis aan staan. Achterin is de plek voor de anoniemen. Eenvoudige houten ‘bedspijlen’ wiebelen er in de wind, geen naam, geen familie en naar ik me heb laten vertellen mogelijk ook geen mijnwerkers.

Pinochet heeft bij het dumpen van zijn vijanden handig gebruikt gemaakt van de anonimiteit op deze godverlaten plek…

Ik besluit dat Iquique mijn einddoel is vandaag. De kleurrijke havenstad ligt ingeklemd tussen 800mtr hoge duinen en de Grote Oceaan. Het zal nog zo’n twee uur duren voordat ik er ben. Iquique ligt halverwege mijn einddoel Arica, de volgende stad aan de kust bijna 300 kilometer noordelijker. Daar, vlak onder de grens met Peru, zal ik de Panamericana verlaten en oostwaarts richting de Andes rijden om de rijkelijk met poedersuiker bestrooide vulkanen van dichtbij te gaan zien. Het perfecte Andesplaatje van een besneeuwde vulkaan met groene grasvlakten vol lama‘s en een meertje met flamingo’s is voor later. Nu rest mij het laatste stuk van de Pana tot Iquique. 

Ik passeer zowaar een bos, bestaande uit Tamarugo bomen. Het heeft iets van een olijfboomgaard in een zandbak.

Ik passeer zowaar een bos, bestaande uit Tamarugo bomen. De bomen, die iets weg hebben van acacia’s schijnen alleen hier te groeien. Ze staan wijdverspreid als uit de kluiten gewassen struiken door elkaar. Het heeft iets van een olijfboomgaard in een zandbak en past eigenlijk helemaal niet in de omgeving. Al merk ik dat de grond hier iets vruchtbaarder wordt. Vlak voor het indianendorp Pozo Almonte zijn kleine volkstuintjes te zien.

Het dorp zelf is levendig mede door de vele Pana-rijders die er stoppen. Er zijn winkels en cafés waar ik een broodje haal om daarna op het plein naast de vriendelijk knikkende bewoners te gaan zitten. Een paar kilometer boven Pozo Almonte is de afslag naar Iquique. 

Bij de kruising schreeuwt het bord van Humberstone, Chili’s best bewaard gebleven mijndorp en nu museum. Ik ga Humberstone morgen bezoeken voordat ik hier de Panamericana weer op rijdt en mijn weg vervolg. Voor nu was de kennismaking me een genoegen.

Een hartelijk ‘Bienvenido’ op de Panamericana.

 

 

Profiel Miez Peek

 

Dwars door de Atacama woestijn in Chili 'Bienvenido Panamericana'

Door: Miez Peek

  Ik ben benieuwd of ik hem kan zien. De mijnstad Calama ligt alweer een uurtje achter me als ik de lage cordillera (heuvelachtige bergkam) omhoog rijd. De kaart naast me laat een grote vlakte zien die zich weldra aan mij zal tonen als ik het hoogste punt van 2100 mtr ben gepasseerd. In de Atacama-woestijn is de lucht zeldzaam helder en zo vertrouw ik erop dat ik de vlakte straks kan overzien en aan de horizon een weg verschijnt die menig avonturiershart harder doet kloppen: The Panamerican Highway. De weg die Alaska met Vuurland verbindt, voor mij wordt het een klein stukje. In een eenvoudige huurauto met bulderende vrachtwagens als ...

Lees verder
Het land heeft een fascinerende natuur en vrijwel alle klimaten ter wereld

Door: Ecktiv Redactie

Weinig landen hebben zo veel verschillende landschappen als Chili: van de gortdroge, marsachtige ...

Lees verder
Bergen, meren, bossen en gletsjers voor buitenmensen en avonturiers

Door: Ecktiv Redactie

Kamperen, hiken en kajakken in de verbluffend mooie natuurparken… Skiën, raften of ...

Lees verder
Curanto eten op ChiloƩ en Paaseiland bezoeken

Door: Ecktiv Redactie

Bij Chili horen ook Paaseiland, de Juan Fernández- en de Desventuradas Eilanden: ...

Lees verder
Klimaat en ideale reistijd

Door: Ecktiv Redactie

Voor regen hoef je in het noorden van Chili niet te vrezen: je bent er in een van de droogste ...

Lees verder

- Advertentie -