'Bed & Breakfast, de leukste manier
om Ierland te verkennen'

Je neemt het vliegtuig naar Cork, je huurt er een auto en Ierland is voor jou. Met een kleine koffer en camera gingen Top-Spotter Lione van Logchem en haar man op ontdekkingstocht naar het zuiden van Ierland. Op uitnodiging van Verkeersbureau Ierland Toerisme en BBI Travel trokken ze gedurende 4 dagen langs één van de mooiste kusten van Europa. En overnachtten bij typisch Ierse Bed & Breakfast adresjes. Schitterende landschappen en kusten, gezellige pubs en aardige, gastvrije Ieren. Dat is wat overheerst. Dat het regende deerde hen niet, hooguit jammer voor de foto’s, die dankzij het klimaat ‘klassiek Iers-groen’ zijn uitgevallen.

Door: Blog

Een eerste kennismaking

Zodra we de parkeerplaats van het vliegveld van Cork afrijden vallen de groene glooiende heuvels aan weerszijden van de weg al op. De afhandeling op het vliegveld en bij de autoverhuurder is verbazingwekkend snel verlopen en zo zoeven we, een half uur na de landing, over de rustige R600 richting het stadje Kinsale aan de zuidkust.

“Als je Kinsale niet hebt gezien, heb je Ierland niet gezien” hebben we begrepen van mensen die het kunnen weten. Kinsale is inderdaad een prachtig kleurrijk stadje, met een bewogen geschiedenis. De straten lopen hellend, de huizen zijn in prachtige kleuren geschilderd. Iets dat we overal zullen zien. Het geeft de dorpen en steden een fleurig aanzien. Kinsale heeft een grote haven, waar veel pleziervaartuigen liggen. We slenteren door de stad, eten en drinken wat en bekijken de winkeltjes. Een toeristenstadje, maar de moeite waard.

Prachtige kustwegen, kleurrijke dorpen

Na Clonakilty slaan we de hoofdweg tussen Cork en het uiterste zuidwesten af en gaan over een mooie weg, omzoomd door groen, naar Baltimore. Dit kleine plaatsje ligt ook aan zee en heeft een haventje, van waar boottochten mogelijk zijn naar b.v. Cape Clear Island. Achter het dorp heb je prachtige uitzichten op de ruige kliffen en een mooi uitzicht over Carbery’s 100 islands. In de zomermaanden heb je een goede kans om hier walvissen te zien, zo vertelt een Ier in de pub, waar we zijn neergestreken, ons. En niet alleen walvissen. Zeeleeuwen, trekvogels, haaien, dolfijnen, ze komen hier allemaal voor. Sure!





Relaxt volk met mooie verhalen

De Ieren lijken stug en gereserveerd, maar als je zelf een gesprek aanknoopt blijken ze verrassend aardig, spraakzaam en enthousiast. De verhalen komen snel los en het ijs is altijd gauw gebroken. Ze zijn behulpzaam ook, op het ongelooflijke af. Een relaxed volk, dat altijd vriendelijk en beleefd blijft. Jong en oud, het zit blijkbaar in de genen. De pubs vinden we een fenomeen op zich in Ierland. Als je er een binnengaat kom je in een ruimte met een grote bar. Er is altijd veel volk. Je denkt dan: dit is de pub, maar als je doorloopt kom je in weer zo’n grote ruimte met een bar, en daarna vaak nog één of twee. Hier past de hele bevolking van het dorp in! De Ieren zijn hier graag, en terecht. Het is erg gezellig en vaak zijn er ook optredens van Ierse muzikanten. Om een gesprek hoef je niet snel verlegen te zitten.

 

 

Het ongebaande pad: Bantry Bay

Bantry is een kleurrijk stadje met een vissershaven, fraai gelegen aan Bantry Bay. Even buiten het dorp ligt het Bantry House, een groot landhuis in die typisch Iers/Britse stijl, dat rond 1700 door de graaf van Bantry is gebouwd in een schitterende omgeving met uitzicht op Bantry Bay. In de loop van de tijd hebben de graven kunstvoorwerpen en meubelen meegebracht uit Europa. Deze mooie collectie is hier nu te zien. In de directe omgeving is het prachtig wandelen tussen het uitbundige groen. En weer valt het ons op hoe ongelooflijk groen het hier overal is. Vanuit Bantry is het een half uurtje rijden naar Glengariff, dat mooi gelegen is aan het begin van het schiereiland Beara. Ook dit stadje heeft een alleraardigst haventje, waar we nagenoeg de enige passanten zijn.

We maken een boottocht naar het eiland Garinish. Tijdens de oversteek zien we overal zeehonden. Lui liggen ze op de rotsen in de regen.

Eiland met subtropisch microklimaat

Op het eiland zelf zijn botanische tuinen. De mooiste vinden we de Italiaanse tuin. Je waant je in Toscane. We wandelen wat op dit kleine groene eiland. De flora is bijna subtropisch te noemen. En, zo lezen we even later, dit eiland schijnt door zijn beschutte ligging en de bomen en planten die hier zijn geplant een eigen micro-klimaat te hebben: bijna subtropisch. Koud vinden we het ook niet, ondanks de regen. Overal in Ierland zien we trouwens palmen en yucca’s, wat het gevoel van subtropen geeft. Het nagenoeg niet voorkomen van vorst en sneeuw maakt dat dit soort vegetatie hier goed gedijt.

 

 

Groen landschap met hier en daar schapen

Na dit bezoek maken we een klein rondje over het schiereiland Beara. Ook hier weer een mooie kustweg langs glooiende heuvels, met de bergen in het binnenland als prachtig decor. Castletownbere is een leuke plaats, vanwaar je boottochten naar Bear Island kunt maken. Eyeries is weer één van de vele erg kleurrijke dorpen.

 

Bed & Breadfast was voor ons tot dan toe onbekend. We vinden het een geweldige uitvinding. Je logeert bij de mensen thuis, die een deel van hun huis omgebouwd hebben tot enkele gastenverblijven. Die zijn over het algemeen warm en eenvoudig, maar gerieflijk ingericht. Het voelt vaak als een soort thuiskomen: een behaaglijk gevoel. We vinden het verschil met een meestal onpersoonlijke hotelkamer toch wel opvallend. De ontvangst is steeds persoonlijk: de eigenaresse (meestal) begroet je hartelijk, kopje thee, koekje. Het werkt in Ierland: er is bijna geen plek, zelfs ver van de gebaande paden, waar je geen B&B vindt en dat geeft je de mogelijkheid om gewoon te gaan rijden waar je ook maar wilt. Letterlijk alle kanten op, ruimte en vrijheid, want een slaapplaats vind je altijd. De ontbijten in de B&B’s zijn uitstekend: er wordt je gevraagd wat je graag zou willen hebben en mevrouw maakt het voor je. Uitstekend concept, dat Ierland erg aantrekkelijk maakt.

 

 

Het ongebaande pad: Ring of Skelligs en Valentia Island

De Ring of Kerry is een rondweg over het schiereiland Iveragh van 180 km lengte en één van de bekendste toeristische attracties. Maar laat je hierdoor niet afschrikken. Niet voor niets is dit een bekende toeristentrekpleister: de route is ongelooflijk mooi en eigenlijk niet te missen. Hoewel het juli was toen wij er waren hebben we nauwelijks toeristen of toeristenbussen gezien. De beruchte toeristenfile al helemaal niet. Bij Waterville, op de helft van de Ring of Kerry, kun je van de Ring afslaan. Dit is absoluut aan te raden: je komt dan in een afgelegen gebied, waar weinig vreemden komen, maar waar je het echte woeste en ongenaakbare Ierland zal ontdekken. 

De route hier, op het kleine scheiland binnen het grote schiereiland, heet de Ring of Skelligs. Zo’n 20 km van de kust liggen hier de twee Skelligs eilanden. Twee rotsen die steil en bijna loodrecht uit zee oprijzen. Een paradijs voor veel trekvogels, waaronder de grappige puffin. Er gaan vanuit de hoofdplaats Portmagee en vanuit het even verderop gelegen dorp Ballinskelligs boottochten naar deze rotsen, bij goed weer tenminste, want de zee kan hier ruig zijn. Het is mogelijk om een boottocht te boeken die Skelligs Michael aandoet. Deze grillig gevormde rots rijst 200 meter op uit de oceaan. Om boven te komen moet je een forse en niet ongevaarlijke klim maken over 1000 jaar oude treden, die hier en daar gevaarlijk dicht (en onbeschermd) langs diepe afgronden lopen. Helemaal boven staat dan het oude klooster, waar monniken – als enige – honderden jaren op dit desolate eiland hebben geleefd. Dit is een absolute attractie van dit gebied en de reden waarom je hier heen zou moeten gaan.

Op het kleine schiereiland ligt aan de westkust, te bereiken via een smalle kronkelige weg vanuit Ballinskelligs, St. Finians Bay. Hier liggen verschillende B&B’s, waarvan we Beach Cove speciaal willen noemen. Deze B & B ligt schitterend aan de baai met een fraai uitzicht over strand en kliffen. Je waant je hier aan het einde van de wereld, maar  het is in feite het einde van Ierland. Wat een schitterende omgeving: de stilte, de zee, de rotsen, de vogels, het mooie licht. Heuvels die tot aan zee naar beneden lopen, omringd door mistflarden. Kan het Ierser? Het blijft lang licht in juli, tot ver na elf uur, en we genieten, ondanks het wat gure weer, lang op deze fantastische plek.

 

 

 

Over de berg aan de andere kant ligt Valentia Island. Een tot dusver niet zo bekend eiland, dat aan populariteit wint. Niet in de eerste plaats omdat het een uitvalbasis is voor de Skellig Islands. Maar ook omdat het op dit 10 km lange en 4 km brede eiland heerlijk touren en wandelen is met veel fraaie uitzichtpunten: Bray Head en Fogher Cliffs bijvoorbeeld, waar je hoog op de kliffen staand diep de zee in kijkt. Het eiland is heuvelachtig, met kleine weggetjes, waar absolute rust heerst. Er zijn ook de nodige archeologische vindplaatsen en vanaf Geokaun Mountain heb je een adembenemend mooi uitzicht over het eiland, de kliffen en de zee.

Je leest het wel eens. Reizigers die in een lastig parket verzeild raken, waar ze zelf niet meer uit kunnen komen. Een noodsituatie, paniek. En dan is er de volkomen onbekende, die de helpende hand toereikt en je uit de benarde situatie redt. Niets wil hij er voor hebben. Het spreekt toch vanzelf….Ik kon me er nauwelijks iets bij voorstellen. Natuurlijk, de verhalen zijn ongetwijfeld waar, maar een onbekende passant die gratis en voor niets hulp biedt, een redding misschien, onderdak? De Kampioenberichtjes, noemde ik ze; “hulde”!! Totdat wij volkomen onverwacht zelf in een penibele situatie belandden en geen kant meer op konden. Je moet het ervaren om te geloven dat onbaatzuchtigheid bestaat. Lees verder

Castlemaine, met de Slieve Mish Mountains op de achtergrond, is het beginpunt voor de rondrit Ring of Dingle, over het schiereiland Dingle. Ook hier volg je wederom een mooie weg langs de kust, met de zee diep beneden je. Groen, groen, groen, in zoveel verschillende tinten. Berg op, berg af, in een weids en onbedorven landschap, waar je bijna niemand tegenkomt. Een fraaie route. Na het dorp Dingle kun je dan de echte Ring of Dingle doen. De route van ongeveer 50 km lijkt hier uitgehouwen te zijn in de heuvels, die tot aan zee doorlopen. Je rijdt met aan de ene kant de glooiende hellingen en aan de andere kant de korte steile helling naar zee. Er zijn diverse uitkijkpunten. Dingle is nèt iets puurder en mooier, grilliger ook, dan Iveragh. We overnachten even buiten Dingle, een gezellige en drukke plaats overigens, met een prachtig vergezicht over de groene heuvels vanuit onze B&B. 

Het iets meer gebaande pad: Killarney

Killarney. Deze erg vriendelijk aandoende stad is een toeristentrekpleister van formaat; van oudsher komen hier de toeristen al. Dat is niet zonder reden. De meren van Killarney zijn van een ongekende schoonheid.

Bij de grote parkeerplaats in het centrum ligt het Tourist Information Centre. We lopen hier binnen om te kijken wat hier te doen valt. Dat is veel. De meren uiteraard, omzoomd door beboste hellingen. Lough Leane, Muckross Lake en Upper Lake. De Torc Watervallen. Muckross House, een 19e eeuws landhuis.

Mogelijkheden te over en ze zijn beslist de moeite waard. Vanaf Ross Castle, dat slechts 1,5 km van het centrum af ligt maar al midden in het nationale park, maken we een boottocht van anderhalf uur over het meer. Een relaxte tocht. Killarney is een bijzonder gezellige stad om doorheen te wandelen en ook in de omgeving, waar het Nationale Park is, zijn mooie trails te lopen.

 

Minder gebaande pad: Munster, tussen Killarney en Cork

Tussen Killarney en Cork loopt een snelweg. Als je echter “binnendoor” over Rathmore en Millstreet rijdt kom je in een ongerept en uitermate rustig gebied. De weg loopt hier langs de Boggeragh Mountains en het landschap is glooiend, met koeien op de hellingen. Bosrijk hier en daar. En door dit gebied stroomt in het dal het riviertje de Lee. Het is hier fantastisch rijden, je komt bijna geen verkeer tegen. Een weinig bezochte, maar erg fraaie streek. vinden we. Over een mooie oude stenen boogbrug over de rivier de Sullane rijd je dan het marktstadje Macroom binnen. Slechts 3.500 inwoners, maar erg levendig. Er staat een mooi gerestaureerd kasteel in het centrum. Ooit was het hier een ontmoetingsplaats voor druiden uit de hele streek Munster. Met een beetje geluk voel je die sfeer wel een beetje!

Afscheid van een onbedorven land

De volgende dag rijden we naar Cork, een voor Ierse begrippen zeer grote stad. Een levendige stad met 140.000 inwoners en mooi gelegen aan de rivier de Lee. We vinden er een aangename sfeer heersen. We rijden en wandelen door deze mooie stad. Je zou hier gemakkelijk één of meer dagen kunnen doorbrengen, maar halverwege de middag moeten we toch echt naar het vliegveld. Een snelle vlucht, slechts anderhalf uur, brengt ons terug in Amsterdam.

Resumé

Ierland. Kerry en Cork. Het was voor ons een korte kennismaking van vier dagen. Alleen dit uiterst zuidwestelijke deel van Ierland al biedt genoeg voor meerdere lange vakanties. Met de regen hebben we gewoon pech gehad. Ieren malen er niet om. Als we er iets over zeiden, werd er niet gereageerd, of: “You came to Ireland, then you know what you can expect”. We kregen veel meer dan we hadden verwacht: de ongekende hartelijkheid en vriendelijkheid van de Ieren, de gezelligheid, de mooie kleurrijke stadjes, de historie en vooral het ongenaakbare, ruige en nog vrijwel onbedorven landschap van meren, glooiende heuvels, ruige bergen en steile kliffen. Uitzichten waar je stil van wordt. Stilte ook en rust. Ruimte en vrijheid. Een sfeer die je pakt. En daarbij goede overnachtingsmogelijkheden, heerlijk eten en veel gelegenheid om actief te zijn: wandelen, hiken, vissen. Een modern en gerieflijk land, met veel traditie en geschiedenis. Dat ervaar je overal. En bij dit alles hoort eigenlijk wel een beetje nevel en regen. That’s Ireland, je krijgt waarvoor je kwam……

.........met onze dank aan Verkeersbureau Ierland Toerisme en BBI travel.

MEER OVER IERLAND        BED & BREAKFAST REIZEN        DISCOVERIRELAND.COM/NL

 

Profiel Lione Kolsteren

- Advertentie -